Binnen de deelhandeling draaien ontstond dagelijks verlies. De zes medewerkers werkten ieder op hun eigen manier. Kleine verschillen in draaien zorgden voor kwaliteitsverschillen, plantverlies en extra correctiewerk verderop in het proces.
Medewerkers corrigeerden continu kleine afwijkingen tijdens het draaien.
Iedere medewerker ontwikkelde zijn eigen manier van draaien. Verschillen werden pas later zichtbaar in het gewas.
Dagelijkse aansturing bestond vooral uit bijsturen en corrigeren in plaats van sturen op de oorzaak.
Tientallen kleine afwijkingen vroegen tegelijkertijd aandacht en trokken energie uit de operatie.
Voor het eerst ontstond inzicht in verschillen tussen medewerkers, terugkerende correcties tijdens het draaien, kleine afwijkingen in uitvoering en herstelwerk verderop in het proces.
Daardoor werden problemen eerder besproken en consistenter aangepakt. Verschillen in uitvoering namen af en afwijkingen hoefden minder vaak later gecorrigeerd te worden.
2–4% minder plantverlies op 10 hectare.
Meer tomaten die aan de kwaliteitseisen voldeden.
Minder correctiewerk verderop in het proces.
Minder dagelijkse correcties, meer focus en werkplezier.
Meer output zonder extra arbeid of extra hectares.
Eerst begrijpen wat er echt gebeurt. Daarna gericht verbeteren.
Samen kijken waar fouten, vertragingen en onduidelijkheden ontstaan.
Niet werken op gevoel, maar op cijfers, observaties en feiten uit de praktijk.
De kern van het probleem vinden, zodat dezelfde fouten niet blijven terugkomen.
Duidelijke afspraken, structuur en opvolging zorgen voor meer grip en minder gedoe op de werkvloer.